Maatschap Ebbinge-Oostebring - Grolloo


Maatschap Ebbinge-Oostebring liet bij aanschaf nieuwe sleufsilo’s direct putten met dubbele leidingen plaatsen

‘Met de gescheiden afvoeren zijn we klaar voor de nieuwe wetgeving’

Uiterlijk in 2025 moet iedere agrariër een oplossing hebben voor de erfafspoeling. Voor de maatschap Ebbinge-Oostebring uit het Drentse Grolloo vormt die deadline geen enkel probleem. Bij de aanschaf van hun nieuwe sleufsilo’s lieten ze door Zwaagstra Beton ook direct putten met gescheiden afvoeren plaatsen. Daarmee zijn de melkveehouders nu al klaar voor de nieuwe wetgeving.

Maatschap Ebbinge-Oostebring

Roelof Ebbinge (58) en Willie Ebbinge-Oostebring (54) vormen samen met hun jongste zoon Han (21) een maatschap. Het stel heeft ook drie dochters.

In het Drentse Grolloo bestiert het drietal een melkveebedrijf met ruim 100 rood- en zwartbonte Holstein-melkkoeien en zo’n 70 stuks jongvee. Ze hebben 75 hectare grond in bezit, waar ze gras, mais en voederbieten op verbouwen. Een deel van het land wordt verhuurd.

Jaaropbrengst per koe: circa 9.000 liter
Vetgehalte: 4,60%
Eiwitgehalte: 3,60 - 3,70%

Han (21), die twee jaar geleden in de maatschap van zijn ouders stapte, wijst bij de nieuwste silo aan hoe het werkt. “Kijk, er zijn in de put twee afvoeren. Als er geen kuilvoer op of bij de put ligt, dan staat de rechterklep open. Daar gaat het hemelwater door. Is er wel kuilvoer, dan sluiten we die klep en gaat de andere open. De perssappen worden dan naar links afgevoerd en opgevangen in een reservoir.”

Het lag niet in de lijn der verwachting dat ik de boerderij zou overnemen

Vierde generatie

Han en zijn ouders vormen de derde en vierde generatie op het Grolloose melkveebedrijf. “Deze boerderij werd in 1941, aan het begin van de tweede wereldoorlog, opgeleverd. Mijn opa en oma waren de eerste bewoners,” vertelt Willie Ebbinge-Oostebring (54). “Later namen mijn ouders het van hen over. Het lag niet in de lijn der verwachting dat ik of een van mijn drie zussen het zou overnemen.”

Toch gebeurde dat wel. Willie kreeg een relatie met Roelof Ebbinge uit het tien kilometer verder gelegen Hooghalen. “Thuis hadden we legkippen,” vertelt Roelof (58) over die tijd. “In 1982 kwamen daar koeien bij. Vijf jaar later zijn Willie en ik getrouwd en hebben we onze bedrijven samengevoegd tot deze maatschap.”

Eerste indruk

De ondernemers houden op hun bedrijf ruim honderd rood- en zwartbonte Holstein-melkkoeien en zo’n zeventig stuks jongvee. Ze bezitten 75 hectare grond. “Dat is eigenlijk te veel voor het aantal koeien dat we hebben,” weet Roelof. “Daarom verhuren we een deel. Op de rest verbouwen we mais, gras en voederbieten.”

In het voorjaar liet de maatschap een nieuwe sleufsilo plaatsen door Zwaagstra Beton. Ook werd de drie jaar eerder geleverde silo verlengd. Roelof: “In totaal hebben we nu vier silo’s en kunnen we dus nog meer eigen voer opslaan. Dat is gunstiger dan krachtvoer inkopen. Zwaagstra Beton had ons al eerder producten geleverd en de eerste indruk was goed. Daarom kozen we nu weer voor hen. Zo werkt dat nou eenmaal voor een boer. Bovendien is hun prijs-kwaliteitverhouding erg goed.”

De eerste indruk is belangrijk. Zo werkt dat nou eenmaal voor een boer.

De laatste silo bestelde Ebbinge op afroep. “In het voorjaar wilden we hem geplaatst hebben. Wanneer precies wisten we toen nog niet. Zodra het zover was, belden we Zwaagstra en een week later werd de eerste vracht gebracht. De wanden stonden binnen een uurtje. Goed voorwerk, waaronder het vlakken van de zandbaan, was daarbij cruciaal. Dat werd vooraf ook duidelijk gecommuniceerd.”

Broei voorkomen

Een hoge kwaliteit voer is een van de belangrijkste doelen van de melkveehouders. Ze doen er dan ook alles aan om de hoeveelheid perssappen zo klein mogelijk te houden. “Broei is funest,” weet Han. “Hoe meer broei, hoe minder melk de koeien geven. Daarom dekken we onze kuilen af met landbouwzeil en zand en niet met banden of iets dergelijks. Alles om zoveel mogelijk druk te geven voor optimale conservering van het kuilvoer. Het zand halen we eenvoudig weg met een shovel.” De afmetingen van de silo zijn daarbij van belang. “Ze zijn 40 meter lang en 10 meter breed, de wanden zijn anderhalve meter hoog. Daardoor kunnen we de boel goed aanrijden en ook dat verkleint de kans op broei. Bovendien kunnen we de kuilen zo makkelijk bijvullen.”

Over het inkuilen mag je een, hooguit twee dagen doen

Tweemaal veertig meter

De maatschap Ebbinge-Oostebring liet, verdeeld over drie jaar, twee sleufsilo’s plaatsen door Zwaagstra Beton. De eerste werd tijdens de plaatsing van de laatste met enkele meters verlengd en voorzien van schuine wanden aan de voorzijde. De silo’s zijn beide 40 meter lang.

Elk betonelement van de silowanden is 400 cm lang, 150 cm hoog en 12 cm dik en heeft een voet van 110 cm breed en 14 cm dik.

Voor dat bijvullen kiezen de Ebbinges bewust niet voor de ‘lasagne’-methode. “We zetten de bulten tegen elkaar, niet op elkaar. We halen liever twee silo’s los, dan dat we producten van verschillende kwaliteit mengen. Op die manier kunnen we iedere keer kiezen wat we pakken. Doordat onze silo’s aan beide kanten open zijn, gaat dat nog makkelijker.” Ook het kuilmoment is erg belangrijk, benadrukt Han. “Daar mag je niet langer dan een of twee dagen over doen. Je kunt het product beter snel en eventueel wat vochtig inkuilen, dan dat je er dagen over doet.”

Eerste keus

De maatschap zint op een vijfde sleufsilo. Roelof: “Die staat inderdaad op de planning. Daarvoor zullen we waarschijnlijk weer aankloppen bij Zwaagstra, want ze denken goed met ons mee. Zo adviseerden ze ons de einddelen van de sleufsilo’s te voorzien van schuin aflopende wanden, waardoor de kuilen beter afgesloten kunnen worden. De communicatie, service en prijsstelling zijn uitstekend. Zwaagstra is en blijft daarom onze eerste keus.”